column Annemie Neyts
Poppetjes of
spelers?
Vrouwen in de Politiek: zijn het poppetjes in de poppenkast van de
heren, of spelen ze mee.
Met uw permissie heb ik eventjes geen zin
in statistiekjes waaruit zal blijken dat de wettelijke voorschriften inzake
gendergelijkheid inderdaad tot gevolg hebben gehad dat er in de hernieuwde Kamer
en Senaat meer vrouwen zetelen dan voorheen. Als ik het goed heb, tussen de 30
en de 40%, daar waar de percentages vroeger tussen de 15 en 20% lagen. Een
onmiskenbare verbetering dus, zij het dat het eindresultaat, dus het %
vrouwelijke verkozenen nog steeds beduidend lager ligt dan het 50% vrouwelijke
kandidaten. De redenen daarvoor zijn ons zo overvloedig bekend dat ik ze niet
hoef uiteen te zetten.
Liever dan statistieken te produceren, zou ik enkele
beschouwingen willen maken bij de heersende tijdsgeest in de Vlaamse media en in
de Vlaamse politiek, en bij de gevolgen ervan voor vrouwen in Vlaanderen in het
algemeen en voor vrouwen in de Vlaamse politiek in het bijzonder – om nog te
zwijgen over de gevolgen voor de politiek zelf.
Deze beschouwingen zijn
vanzelfsprekend gekleurd door wat mezelf is overkomen deze zomer, dus u
verdisconteert dat maar en bedenkt dat ik precies daarom werd gevraagd hier te
spreken, of niet soms.
De VLD was aanvankelijk van plan de federale
verkiezingen in te gaan zonder één enkele vrouwelijke lijsttrekker, weet u nog.
De partijrichtlijn luidde immers dat in elke provincie een van de eerste twee
plaatsen door een vrouw moest worden ingenomen, hetgeen meteen werd
geïnterpreteerd als: de tweede plaats gaat naar een vrouw.
Zo gebeurde,
behalve in Oost-Vlaanderen, waar de eerste vrouwelijke kandidaat op de derde
plaats kwam.
Dat ik uiteindelijk toch lijsttrekker werd, is uitsluitend aan
het Arbitragehof te danken geweest, en de kiezers beloonden me met 20% meer
voorkeurstemmen dan in 1991, de vorige keer dat ik opkwam in
Brussel-Halle-Vilvoorde, en met meer dan 5000 voorkeurstemmen in Brussel, iets
wat enkel Jos Chabert ooit had verwezenlijkt.
De rest van mijn verhaal is u
genoegzaam bekend.
Nu sta ik hier niet om een klaagzang te houden, en nog
minder een treurzang, maar om me samen met u af te vragen wat er aan de hand is
in de Vlaamse politiek, en in de Vlaamse media.
Eén kenschetsende
krantentitel blijft me bij: “Partijvoorzitters op zoek naar jonge, frisse
vrouwen”, en eveneens dezelfde dag, in dezelfde progressieve kwaliteitskrant:
“Wie nà Cleysters en Henin?”. Kim Cleysters is, zoals u weet, net twintig
geworden en Justine Henin net eenentwintig, ze zijn allebei nr 1 op de
wereldranglijst geweest en kijk, men hongert al naar fris vlees – om het cru te
stellen.
De slag om schoonheid en frisheid is met glans door de Sp-a
gewonnen, met Freya Vandenbossche, eventjes Anissa Temsamani, en Kathleen Van
Brempt. Daarop togen VRT-journalisten naar de fractiedagen van dezelfde Sp-a om
aan drie minder jonge en minder fraaie Sp-a parlementsvrouwen te vragen hoe ze
daarop reageerden, en alle zes blijven ze straal ontkennen dat hun fysieke
verschijningen een rol hadden gespeeld. Hallo, heetten ze dan soms
Liesbet?
De dictatuur van het beeld, van de verschijning, in een tijdperk
waar politieke leiders, journalisten en politologen zonder schroom poneren dat
perceptie en communicatie àlles zijn in dit TV-tijdperk.
Ik ben de laatste,
de allerlaatste om te ontkennen dat perceptie en communicatie belangrijk zijn,
heel belangrijk, maar ze zijn niet àlles.
Laat me nu een subvraag proberen te
beantwoorden.
Speelt de perceptie, het imago op dezelfde manier voor vrouwen
als voor mannen? En, indien er een verschil is, hoe komt dat dan?
Perceptie
en imago, communicatiestijl, is ook voor mannen belangrijk, maar niet op
dezelfde manier.
Jeugdigheid is belangrijk, maar niet allesoverheersend en
voor schoonheid geldt hetzelfde, maar in veel, veel mindere mate.
Hoe komt
dat, denkt u? ’t Is heel eenvoudig, omdat het zowel in de media als in de
politiek mannen zijn die de criteria bepalen en omdat ze er zich wel voor
wachten aan hun sexegenoten criteria op te leggen waaraan ze zelf niet
beantwoorden. Ze hebben wel zoveel zelfkennis en zelfbewustzijn om van
mannelijke ministers niet te vragen jong, rijzig, slank, langbenig enz… te zijn,
omdat, wel omdat zij dat evenmin zijn.
De politieke marketing, lieve
vriendinnen, wordt door mannen bedreven, de hoofdredacties worden door mannen
bevolkt, de politieke redacties worden nog steeds hoofdzakelijk door mannen
bezet (alhoewel daar verandering in komt), Censydiam is een uitvinding van
mannen…
Ik hoop niemand te shockeren wanneer ik stel dat de Sp-a momenteel
marktleider is inzake politieke communicatie. Wat Stevaert al een hele tijd
doet, is: aloude partijpolitiek bedrijven achter een ondoordringbaar gordijn van
onvervalste marketing. Jong, vrouwelijk schoon doet verkopen, doet kopen weet
elke reclamejongen, elke marketingman en –vrouw.
Om een product te doen
kopen, is niets beter dan te doen dromen, dan in te spelen op de gevoelens van
de mensen, en dus zet Steve de mensen aan tot dromen – van gezelligheid,
veiligheid, geborgenheid en ga zo maar door. En de media spelen het spel
voorlopig gretig mee, zo gretig dat ze volop meespelen in de geveinsde
verontwaardiging wanneer een van hen het durft te hebben over ‘het schijnheilig
paterke van Hasselt’.
Ik vat samen: in een politiek klimaat dat door
marketing wordt bepaald, maken mannen de regels, leggen zij de criteria vast, en
is er een duidelijke tendens om politieke vrouwen te reduceren tot
verkoopsargumenten, tot marketingtools, tot instrumenten voor klantenbinding.
Deze tendens is het duidelijkst bij de Sp-a, het zwakst bij de CD&V en
Vlaams Blok, en de VLD zit ergens in het midden.
En nu stel ik de vraag: is
het nu echt een vooruitgang dat de Vlaamse politiek, aangespoord door de
zogeheten progressieve, mensvriendelijke Sp-a, overstag gaat voor de heersende
mediatendens die steeds maar jongere vrouwen de catwalks opstuurt? Vrouwelijke
fashionvedetten, succesmodellen wegen gemiddeld 20% tot 25% minder dan normaal;
op de catwalk zien we meisjes van 13,14,15,16,17 jaar oud: geen vrouwen dus,
maar zoals ik zei, meisjes die zich uithongeren om in maatje 34 of 36 te passen.
Foto’s worden met ‘paintbrush’ vervalst, benen worden zo verlengd, tailles
versmald, rimpeltjes en rimpels weggebrusht. Mag ik dan vragen waarmee we denken
bezig te zijn, en mag ik vooral vragen of het nu echt vrouwvriendelijk is dat de
politieke communicatie deze trends geheel kritiekloos tot de hare maakt, en mag
ik bovenal vragen waarom dit enkel geldt voor vrouwen, en niet voor
mannen?
Als dat allemaal onschadelijk zou zijn, waarom krijgen wij vrouwen
dan geen Leonardo di Caprio’s te zien? Of zelfs geen Richard Gere’s? Laten we
wel wezen: ik wens de mannelijke collega’s dit niet toe. Ik wens hen niet toe
dat hun geboortedatum waaraan zij, evenmin als wij schuld hebben, een noodlot
wordt, wel integendeel.
Wat ik wens is als een droom, dat zij, de mannen,
samen met ons, de vrouwen, zich realiseren dat jeugdigheid zo geroemd wordt
omdat onze samenleving verandert en jeugd een zeldzamer, en dus begeerd goed
wordt. Indien dit besef niet groeit, dreigen we een samenleving van ouderen te
worden, die zich laten besturen door steeds jongere, en dus onherroepelijk
weinig ervaren bitterjonge mensen.
Er is echter meer, namelijk: wat brengt
deze verheerlijking va mooie, jonge mensen teweeg bij al wie noch mooi, noch
jong is? Tevredenheid of verzuring? En voor wie stemmen verzuurde en
gefrustreerde mensen? Op wie stemmen Vlaamse mannen en vrouwen die noch jong,
noch mooi zijn en geen enkel perspectief (meer) hebben om een jonge en mooie
man/vrouw te bezitten?
Overigens moet nu dringend de vraag worden gesteld of
dàt nu echt het doel, de opzet is van politiek.
En dan wil het echt over
politiek en beleid hebben.
De jongste dagen zijn er in Istanboel tientallen
doden en honderden gewonden gevallen, in afgrijselijke
zelfmoordaanslagen.
Biedt de Stevaert-marketing daar ook nog maar het begin
van een antwoord op? Neen, dus.
Toevallig is dàt wel waar ik, en nog een
handvol politici, mee bezig zijn.